Bevrijding Oudleusen

Op  11 april bevrijdden de Canadezen Ommen en in Oudleusen wachtten de mensen in spanning af. Iedereen nam wel voorzorgen en vanwege het vroege voorjaar dreven de boeren nabij de kom het vee naar het Vechtland. H.J. Nijkamp aan de Stokte bouwde een stevige schuilkelder en een andere boer maakte de gierkelder schoon om in te kunnen schuilen. Na de bevrijding van Ommen kwamen veel Duitse soldaten naar Oudleusen en ze verschansten zich bij de boeren aan de Om de Landskroon. De Canadezen naderden snel en op 12 april begon het schieten vanuit Varssen. De bewoners langs de Hessenweg vluchtten naar familie of bekenden in het buitengebied.

Rond twee uur begon het geschiet aan de Stokte en werden de boerderijen van Nijkamp en Lans in brand geschoten. Het ging er hevig aan toe in de buurt en iedereen zocht op zijn eigen manier een schuilplaats in kelders en achter hooibergen. Bij Sandink zaten Duisters achter zaadzakken op de deel en toen de zijmuur eruit geschoten werd gaven ze zich over met een witte vlag. De familie had niet meer kunnen vluchten en zat  in de paardenstal. Een dochter van Sandink raakte toen gewond aan haar been en moest naar een medische hulppost bij Volkerink.

Na dit treffen trokken de Duitsers zich terug in het bos van Sonsbeek aan het begin van de Welsummerweg tegenover de boerderij van Kloosterman welke op 10 april al gevorderd was door de Duitsers. Er waren loopgraven omheen gegraven en de fam. Kloosterman moest vluchten. Er waren barricades op de Hessenweg geplaatst door de Duitsers om de Canadezen tegen te houden. Na het vuurgevecht hebben bewoners die toen afgebroken.

Nadat de Canadezen zich ’s avonds terugtrokken in Varssen keerden de Duitsers echter weer terug. Dat was schrikken voor de bewoners want ze vroegen wie die barricades hadden afgebroken. Nee, ze waren nog net niet bevrijd op die 12e april. Een overmoedige bewoner schoot op de Duitsers en die schoten terug waarna hij zich verstopte in het steegje dat vanaf de Hessenweg richting Schoolweg liep. Daar stond de boerderij van de fam. Van der Veen en die werd in brand geschoten omdat de Duitsers dachten dat de schutter daar zat. Dit was de derde boerderij die met alle inboedel en vee in vlammen opging.

Vrijdagmorgen de 13e vertrouwden de bewoners het nog niet en brachten weer spullen in veiligheid. Ze konden vrij snel weer op huis aan want over de Stuw kwam iemand aansnellen met een oranje strikje op: “We zijn bevrijd!”. Nu wel!  Er werd die avond uitbundig feest gevierd bij de Christelijke school.


Een verhaal uit ‘Rondom Dalfsen’

Editienummer 22

Oudleusen was in 1945 een kleine boerengemeenschap met alleen een paar boerderijen, een molenaar, een smid en een bakker. De kerk was er nog niet, wel waren er twee scholen: een openbare waar nu de zaal van Mansier is en een christelijke aan de Hessenweg. In dit dorp werd Gerrit Wennemars geboren in 1922 op de boerderij aan de Mulderstraat, hoek Schoolstraat. Hij kwam uit een gezin van 11 kinderen. In 1944 trouwde hij met Mina Dijsselhof. Zij kwam uit Lenthe (Hoonhorst). Na hun huwelijk begonnen zij een boerenbedrijf, dat ongeveer 200 meter achter de ouderlijke boerderij lag. Zij hadden een veeteelt en landbouwbedrijf. Tijdens de oorlog hebben beide families Wennemars onderduikers gehad. Ook hebben zij trekkers (mensen die op hongertocht uit het westen kwamen) uit Gouda in huis gehad. Tegen het eind van de oorlog hadden de Duitsers zich ingekwartierd in o.a. de openbare school, maar ook op de deel bij de ouders van Gerrit. Al dagen voor de bevrijding was de bevolking gewaarschuwd door de ondergrondse, en door de Duitsers, dat er wat zou gebeuren. Vanuit Ommen was een detachement Canadezen richting Oudleusen gekomen, dan zijn kampement in Varsen had opgeslagen. De spanning steeg met de dag, maar er kwam geen actie. Dat duurde Gerrit Wennemars veel te lang en hij besloot maar eens poolshoogte te gaan nemen.

‘’s Morgens de 12e april, het was prachtig weer, stapte hij op zijn fiets met surrogaatbanden, die gemaakt waren van oude autobanden, en reed naar Varsen. Tegen half 12 kwam hij bij het kampement aan en zag de Canadezen heerlijk in het gras in het zonnetje liggen naast hun pantservoertuigen. “Wat doe jij hier, maak dat je wegkomt, wij komen eraan”, zeiden ze. Via de ondergrondse, wisten de Canadezen wie hij was. Zorg dat de bewoners met hun vee weg zijn, want alles kan wel eens plat gaan. Jullie liggen in de vuurlinie.

Gerrit wist niet hoe snel hij weer naar huis moest gaan. Eerst heeft hij zijn ouders gewaarschuwd, die daarna meteen de kelder in zijn gevlucht, samen met hun kinderen. De buren werden nog snel gewaarschuwd en daarna ging hij direct door naar zijn eigen boerderij. Het vee heeft hij nog het weiland in kunnen brengen. Inmiddels was bakker Wolfkamp gearriveerd om bij hun te schuilen. Zij zijn met z’n allen, inclusief hun baby, achter de boerderij op de grond gaan liggen in bange afwachting van wat er zou gebeuren. Ze moesten aan de kant gaan liggen, waar de Canadezen vandaan kwamen, want dan zouden ze over hun heen schieten. Als er teruggeschoten werd, moesten ze naar de andere kant van de boerderij gaan.

In het begin van de middag kwamen de tanks op rupsbanden over de Parallelweg aanrollen. Niets werd ontzien, ze gingen dwars door de weilanden, de sloten en de afrasteringen. De soldaten klommen met hun mitrailleurs tegen het dak van de voormalige boerderij van de ouders Wennemars op. Er was namelijk een nieuwe boerderij voor de oude gebouwd en de oude boerderij werd nu als schuur voor het vee gebruikt. Vanaf het dak schoten ze in de richting van de openbare school, waar de Duitsers zaten. Die waren inmiddels op de vlucht geslagen, waardoor er niet teruggeschoten werd.

Het schieten heeft ongeveer een half uur geduurd en in de tussentijd rukten de tanks op. Ze reden tussen de oude en nieuwe boerderij door, maar de doorgang was echter te smal, waardoor van beide een stuk uit de muur werd gereden. De tanks reden over de betonnen afsluiting van de gierkelder heen. De kelder van de boerderij, waar de familie inzat, en de gierkelder hadden dezelfde fundering. Het was een hels lawaai en ze waren doodsbang.

Om ongeveer 3 uur ’s middags was alles voorbij. De Canadezen keerder terug naar Varsen en de volgende dag trokken ze verder in de richting van Zwolle. Gelukkig zijn er bij de beschieting geen doden of gewonden gevallen. Twee boerderijen aan de Stokte moesten wel ontgelden, want die zijn vanaf de achterkant van de christelijke school aan de Hessenweg door de Canadezen in brand gestoken.